Renteaftrek in de VpB

In deze cursus staat het antwoord op een schijnbaar eenvoudige vraag centraal: is de betaalde rente aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting, en zo neen, wat valt daar nog aan te doen? Het antwoord op deze vraag is echter niet zo eenvoudig. Men heeft daarbij te maken met zowel uit de rechtspraak voortvloeiende renteaftrekbeperkingen als wettelijke maatregelen die de renteaftrek aan banden leggen. Op beide vlakken heeft zich de laatste jaren een enorme ontwikkeling voorgedaan.

In de rechtspraak kan bijvoorbeeld worden gewezen op de jurisprudentie inzake de (her)kwalificatie van leningen en de (her)kwalificatie van de verstrekking van eigen vermogen. Een bijzonder fenomeen hierbij is de rechtspraak inzake de ‘onzakelijke lening’, waar nog tal van ‘losse eindjes’ aan zitten. Ook heeft de Hoge Raad enkele opvallende arresten gewezen over de (on)mogelijkheid om fiscaal eigen vermogen te herkwalificeren tot fiscaal vreemd vermogen.

Wat wetgeving betreft, zijn er sinds enkele jaren, naast de toch al niet zo eenvoudige regeling voor winstdrainageconstructies in art. 10a Wet VpB 1969, twee wettelijke renteaftrekbeperkingen geïntroduceerd, waarmee terdege rekening moet worden gehouden. Het gaat om de renteaftrekbeperkingen voor overnameholdings (in 2012) en voor financiering van deelnemingen (in 2013). Inmiddels is hiermee al de nodige praktijkervaring opgedaan met soms zeer verrassende uitkomsten en opvallende standpunten van de fiscus. Voor wat betreft art. 10a Wet VpB 1969 zijn er opmerkelijke ontwikkelingen in zowel de beleidssfeer als in de rechtspraak. In 2016 en in 2018 is de eerstgenoemde renteaftrekbeperking voorts ingrijpend gewijzigd.

Naast deze ‘Nederlandse’ wetswijzigingen speelt inzake de renteaftrek ook op het Europese vlak het een en ander. In 2016 heeft de Europese Commissie het ‘Anti Tax Avoidance Package’ (ATAD) aangenomen, waardoor Nederland verplicht wordt de daarin opgenomen richtlijn te implementeren. Deze zal in ieder geval leiden tot een generieke renteaftrekbeperking naar Duits voorbeeld, een zogenoemde earningsstripping-regeling. Deze regeling zal in 2019 van kracht worden.

Een zeer recente ontwikkeling betreft de zogenoemde per-elementbenadering in de fiscale eenheid. Op grond van de rechtspraak van het EU Hof van Justitie moet Nederland in grensoverschrijdende situaties soms bepaalde voordelen van een (fictieve) opname van de buitenlandse vennootschap in een fiscale eenheid toekennen. De staatssecretaris van Financiën heeft reeds in 2017 reparatiewetgeving aangekondigd. Het wetsvoorstel volgt in het tweede kwartaal van 2018. Dit zal inhouden dat bepaalde regelingen, waaronder art. 10a en art. 13l Wet VpB 1969, moeten worden uitgevoerd alsof er geen fiscale eenheid is. Dit is een ingrijpende wijziging die tal van vragen oproept.

Deze en andere ontwikkelingen inzake de aftrek van rente in de vennootschapsbelasting, worden grondig behandeld op de PAOB-cursus Renteaftrek in de vennootschapsbelasting. Naast een uitvoerige bespreking van de relevante rechtspraak, besluiten en wetgeving, worden de regelingen in onderling verband bezien en hoort u verschillende ideeën over mogelijke ontwijkingsroutes. 

Onderwerpen van deze dag zijn onder meer:

  • De rechtspraak inzake (her)kwalificatie van leningen
  • De rechtspraak inzake (her)kwalificatie van eigen vermogen
  • De onzakelijke lening en groepsgaranties
  • De rechtspraak, het beleid en de wettelijke regeling inzake ‘winstdrainageconstructies’ (art. 10a Wet VpB 1969)
  • De wettelijke regeling inzake de aftrekbeperking voor deelnemingsrente (art. 13l Wet VpB 1969)
  • De wettelijke regeling inzake de aftrekbeperking voor ‘overnameholdingconstructies’ (art. 15ad Wet VpB 1969)
  • De wisselwerking tussen de verschillende renteaftrekbeperkingen voortvloeiend uit de rechtspraak en de wettelijke regelingen
  • Recente relevantie jurisprudentie
  • Implementatie ATAD in de Nederlandse wetgeving
  • Gevolgen van de reparatiemaatregelen inzake de per-elementbenadering
Datum: 
11 juni 2018
Plaats: 
Van der Valk Utrecht
Tijd: 
10.00 - 17.00
Prijs: 
€ 425,- (excl. BTW) inclusief digitaal studiemateriaal
Accreditatie: 

5.5 punten RB
5.5 uren NOB

dr. C.L. van Lindonk

Corina van Lindonk is international tax director bij Deloitte Amsterdam. Zij heeft het eerste gedeelte van haar carrière doorgebracht op de Rijks Universiteit Leiden waar zij wetenschappelijk medewerker en docent was en in 1990 ook is gepromoveerd op het onderwerp “De onderneming en haar fiscale verschijningsvormen.” Corina is vanaf 1993 als belastingadviseur werkzaam bij Deloitte. Zij biedt aan cliënten en medewerkers van Deloitte ondersteuning op de zwaardere fiscaal- technische vraagstukken. Zij heeft zowel ervaring in de nationale adviespraktijk als in de internationale adviespraktijk. Daarnaast is Corina lid van de opiniecommissie van Deloitte. Verder is ze inleider / spreker bij diverse seminars gericht op concernfinanciering,  

mr. M.H.C. Ruijschop

In zijn werk bij het Wetenschappelijk Bureau van Deloitte Tax wordt Michel Ruijschop regelmatig geconfronteerd met zaken waarin de fundamenten van het belastingrecht een cruciale rol spelen.
Michel: 'De kern van een ingewikkeld fiscaaltechnisch probleem wordt vaak pas zichtbaar als je enige afstand neemt tot de onderliggende materie. En dan blijkt de oplossing verrassend eenvoudig te zijn'. Michel is ook inhoudelijk betrokken bij het interne opleidingsprogramma van Deloitte en biedt ondersteuning bij cliënt gerelateerde fiscale vraagstukken. Een andere belangrijke taak is prakrijkgericht onderzoek doen naar nieuwe ontwikkelingen in het belastingrecht en de invloed daarvan op de dagelijkse fiscale dienstverlening.