Actualiteiten aanmerkelijk belang en terbeschikkingstellingsregeling

Aanmerkelijk belang

De afgelopen jaren is er het nodige gewijzigd in het aanmerkelijkbelangregime van hoofdstuk 4 Wet IB 2001. Ontgaanstructuren met APV’s (Afgezonderd Particulier Vermogen) zijn inmiddels gerepareerd. Nieuwe VBI-structuren vanuit holding-BV’s zijn effectief ten einde. En ook het emigratielek is gerepareerd. En per 1 januari 2018 wijzigt het huwelijksvermogensrecht in boek 1 BW, wat doorwerkt naar het aanmerkelijkbelangregime in de IB. En in de praktijk wordt de laatste jaren steeds vaker gewerkt met bijzondere rechtsvormen, zoals het (open) fonds voor gemene rekening en de open commanditaire vennootschap. Kortom: voor de dga-praktijk allemaal belangrijke wijzigingen en actualiteiten en derhalve reden genoeg om hierover met elkaar van gedachten te wisselen.

Tijdens dit onderdeel zullen de volgende onderwerpen aan de orde worden komen:

  • Aanmerkelijkbelangdefinitie en doorwerking naar andere regelingen.
  • Invloed huwelijksgoederenrecht en vergoedingsvorderingen.
  • Bijzondere rechtsvormen, zoals vereniging, OFGR en open CV
  • Fiscaal reorganiseren; aandelenfusie, splitsing e.d.
  • Als de tijd het toe laat: Internationale aspecten van aanmerkelijk belang; conserverende aanslag; (r)e- en immigratie
  • Aan schenken en overlijden wordt geen aandacht besteed. Daarvoor verwijzen wij u naar de cursus Bedrijfsopvolging voor de DGA.

Terbeschikkingstellingsregeling

De terbeschikkingstellingsregeling is ingevoerd in 2001. De balans van de terbeschikkingstellingsregeling kan worden opgemaakt: de regeling is complex, ondoorzichtig en onvoorspelbaar. Niet voor niets is belastingrechter er meer dan 300 keer aan te pas moeten komen om voor de belastingplichtige en de fiscus helderheid te verschaffen over deze regeling.
Over enkele belangrijke vraagstukken, zoals de aanvang en het einde van de terbeschikkingstellingsregeling, bestaat nu wel meer duidelijkheid. Maar bijvoorbeeld bij echtscheiding en bij boedelmenging (huwelijk) kunnen nog steeds zeer onverwachte gevolgen optreden. De verschillende regelingen die hiervoor gelden zijn immers slecht op elkaar afgestemd.
Ook de rechtspraak inzake onzakelijke leningen is voor de tbs-regeling enorm relevant gebleken. Wanneer is sprake van een onzakelijke lening en wat zijn dan de gevolgen?

Na afloop van de cursus bent u weer helemaal op de hoogte.

Datum: 
30 mei 2018
Plaats: 
NH Hotel Utrecht
Tijd: 
10.00 - 17.00
Prijs: 
€ 425,- (excl. BTW) inclusief digitaal studiemateriaal
Accreditatie: 

5.5 punten RB
5.5 uren NOB

prof. dr. mr. E.J.W. Heithuis

De heer Heithuis voltooide in 1990 cum laude de studie fiscale economie aan (thans) de Universiteit van Tilburg en in 2004 het doctoraalexamen Fiscaal recht aan de Universiteit van Leiden. Van 1992 tot 2007 was hij verbonden aan de capaciteitsgroep Fiscale Economie van de Erasmus Universiteit. Van 2001 tot 2007 was hij aan deze universiteit hoogleraar fiscale economie, van 2007 tot 2011 hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Utrecht en sinds 2011 hoogleraar fiscale economie aan de Universiteit van Amsterdam; van september 2012 tot 1 mei 2017 was hij tevens hoogleraar belastingrecht aan de Open Universiteit. Van 1990 tot 2005 was hij tevens werkzaam bij Ernst & Young Belastingadviseurs en sinds 2005 bij BDO Belastingadviseurs. Ten slotte is de heer Heithuis redactievoorzitter van het Vakstudie Nieuws, annotator in Beslissingen in belastingzaken Nederlandse Belastingrechtspraak en vaste medewerker van het Weekblad fiscaal recht.

mr. M.H.C. Ruijschop

In zijn werk bij het Wetenschappelijk Bureau van Deloitte Tax wordt Michel Ruijschop regelmatig geconfronteerd met zaken waarin de fundamenten van het belastingrecht een cruciale rol spelen.
Michel: 'De kern van een ingewikkeld fiscaaltechnisch probleem wordt vaak pas zichtbaar als je enige afstand neemt tot de onderliggende materie. En dan blijkt de oplossing verrassend eenvoudig te zijn'. Michel is ook inhoudelijk betrokken bij het interne opleidingsprogramma van Deloitte en biedt ondersteuning bij cliënt gerelateerde fiscale vraagstukken. Een andere belangrijke taak is prakrijkgericht onderzoek doen naar nieuwe ontwikkelingen in het belastingrecht en de invloed daarvan op de dagelijkse fiscale dienstverlening.